U bent hier

OVERTOCHTEN VAN 1844 EN 1846 RICHTING ILHOTA

Het Belgische schip Jan van Eyck vertrok op 24 augustus 1844, onder bevel van kapitein Joseph Minne, om 9 uur 's ochtends vanuit de haven van Oostende. Aan boord waren Joseph Philippe Fontaine en tussen de 110 en 114 kolonisten, voornamelijk uit Vlaanderen. De Jan van Eyck was een zeilboot (brik genaamd) van 273 ton, met twee masten en vierkante zeilen, ongeveer 30 meter lang, die werd gebruikt voor langeafstandsovertochten en kustvaart. Kapitein Minne, met zijn 13 bemanningsleden, had veel ervaring in zeereizen over de Atlantische Oceaan. Met de Jan van Eyck bracht hij suiker uit Havana en Matanzas, koffie en leer uit Rio de Janeiro, en verfhout uit Laguna naar België.

Pintura Weyts 1845

De stad Oostende, 1845. Schilderij van Petrus Cornelius Weyts - Oostends Historisch Museum De Plate.

Aan boord waren boeren, dagloners, huisvrouwen, ambachtsmannen en een aantal mensen zonder beroep. Ze hadden allemaal een particulier contract met Van Lede afgesloten, dat voorzag in de levering van arbeidskrachten tegen betaling van 3 frank per dag, met vervoer van België naar Santa Catarina en de levering van voedsel gedurende de eerste maanden voor rekening van Van Lede. Maar er waren ook middenstanders, zoals Joseph Philippe Fontaine, Gustave Lebon, de landmeter Henri Devreker, de rentenier Hypolite Vanderheyden en de arts en apotheker Pieter-Jan Plettinck, aan boord.

De kolonisten moesten de volgende zaken mee nemen: 'Een hoeslaken en een hoofdkussen (deze werden bij vertrek alleen met stro of gedroogd zeegras gevuld) - een linnen deken - twee paar lakens - enkele overhemden - winter- en zomerkleding - koffiepot - kookpot - steelpan met korte steel - mes, vork en lepel - kop en bord', en dat alles in een koffer of kist.

Voor deze overtocht werd proviand voorzien voor 70 dagen. Voor een volwassene bestond dit volgens Paulo Rogério Maes uit 8 pond gezouten rundsvlees, 10 pond gezouten varkensvlees, 40 pond wit brood, 4 pond boter, 70 pond aardappelen, 6 pond meel, 6 pond groenten, bonen, rijst, 3 pond suiker, 2 pond koffie en slachtafval. Eén pond is ongeveer 450 gram. 

jornal "Diário do Rio de Janeiro" de 2.11.1844Na 67 dagen, inclusief een tussenstop van 8 dagen in Tenerife, kwam het schip op 31 oktober 1844 aan in Rio de Janeiro, met aan boord 109 kolonisten en met ‘verschillende goederen voor Le Breton’. Een paar immigranten waren tijdens de oversteek overleden en twee werktuigkundigen verlieten het schip en gingen op de scheepswerven in Rio aan de slag. Vervolgens zette de brik koers naar Desterro, het huidige Florianópolis, waar hij op 17 november 1844 aankwam met 107 kolonisten. Daar scheurde een kleine groep van 17 mensen zich af om zich te vestigen op verworven gronden in de huidige gemeente São José, omdat ze geen land wilden bebouwen waarvan ze niet de eigenaar waren. 

Pintura Joseph Brüggemann - Vista do Desterro, c. 1867

Uitzicht op Desterro, c. 1867. Schilderij van Joseph Brüggemann – Museu Histórico de Santa Catarina.

De overige 90 kolonisten werden samen met Charles Van Lede met een kustjacht naar het haventje Itajaí gebracht en stroomopwaarts naar de plaats van de toekomstige kolonie, Ilhota. Op 27 november 1844 werd begonnen met het rooien van het oerwoud en de bouw van een ranch. Elke kolonist kreeg een individueel perceel van 50 vademen (110 meter) breed, waarvoor hij pacht in natura verschuldigd was. De kolonisten zouden 4 of 8 jaar lang voor de grond betalen. Twee kolonisten keerden terug naar Rio de Janeiro.

Op 30 mei 1846 nam de Gentenaar Pierre Van Loo Van Loo landarbeiders en boeren in dienst. 20 volwassenen en 3 kinderen gingen aan boord van het Belgische schip L'Adèle, met kapitein Cornelissen, dat vanuit de haven van Antwerpen koers zette naar Santa Catarina. Ze vestigden zich naast de kolonie van Van Lede.

Nederlands

Lei de Incentivo à Cultura, apoio e patrocinadores

Logo Lei Cultura

Apoio
Logo Embaixada Logo Consulaat SP Logo Ilhota Logo Ilha Belga
Patrocínio Realização
DesleeClama Impextraco Parafix Secretaria especial da cultura

Agradecemos as empresas pelo patrocínio da exposição “A colônia belga e seus descendentes no Vale do Itajaí”, projeto aprovado pela Lei Rouanet.

O curador da exposição é Marc Storms, coordenador do "Patrimônio belga no Brasil". Ela foi elaborada com a Associação Ilha Belga e é apoiada pelo Embaixador da Bélgica, Sr. Patrick Herman, o Cônsul Geral da Bélgica para São Paulo e região Sul, Sr. Matthieu Branders, o Cônsul Sr. Thomas Maes e o Sr. Jeroen Servaes, Cônsul Honorário em Florianópolis (SC).

Os textos da exposição são de autoria de Marc Storms, a partir de pesquisas bibliográficas e iconográficas, que orientou a seleção das imagens e a concepção expográfica. Ana Starling da Bizu [estúdio e editora] desenvolveu o design gráfico da exposição. Sueli Ana dos Santos, presidente da Associação Ilha Belga, coordenou os vídeo-depoimentos que foram gravados e editados por Raul Neves e sua equipe da TV Gaspar. Daniel Hostins, vice-presidente da Associação Ilha Belga, coordenou as pesquisas em relação às árvores genealógicas. Alessandro de Oliveira Amadeu da CQS/FV Advodagos coordenou a assessoria e orientação em clearance jurídico. Rafael Aleixo cuidou da contabilidade.