U bent hier

WAAROM MIGREREN? VLAANDEREN IN HET MIDDEN VAN DE 19E EEUW

Buitenlanders die België bezochten tussen 1830 en 1860, verbaasden zich over het contrast tussen het weelderige voorkomen van het land en het aantal arme mensen. Op het overbevolkte platteland leefden de meeste mensen hun hele leven in armoede. Naast het harde werk op het land, haalden ze extra inkomsten uit textielwerk.

Capina de linho em Flandres

Vlaswieden in Vlaanderen, 1887. Schilderij van Emile Claus.
Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen

le lin roui est

Het gerote vlas wordt bovengehaald.
Digitale Collectie Vlaserfgoed Provincie West-Vlaanderen - © Beeldbank West-Vlaanderen

La mise en botte

Berging van het vlas.
Digitale Collectie Vlaserfgoed Provincie West-Vlaanderen - © Beeldbank West-Vlaanderen

De onafhankelijkheid van België in 1830 had als gevolg het verlies van Nederland en de Nederlandse kolonies als afzetmarkt. Vooral de textielindustrie in Vlaanderen werd hier zwaar door getroffen, in het bijzonder toen tijdens de industriële revolutie de machines het ambachtelijke werk verdrongen. In tegenstelling tot de katoen- en wolindustrie, die in de steden gevestigd waren en die vrij snel tot mechanisatie overgingen, bleef de Belgische linnenindustrie een kleinschalige, huiselijke activiteit op het platteland. Een derde van de beroepsbevolking in de provincies Oost- en West-Vlaanderen werkte in deze industrie.

Maar het Vlaamse linnen werd te duur en kon zich niet snel genoeg aanpassen aan nieuwe voorkeuren. Handgemaakte stoffen in plattelandshuizen konden niet langer concurreren met de productie van door stoom aangedreven machines. Een verlaging van de douanerechten in 1836 zorgde ervoor dat Engelse gemechaniseerde textiel de Franse markt kon overspoelen met betere en goedkopere producten, waardoor de export van Belgisch linnen naar Frankrijk tussen 1837 en 1843 met de helft afnam. Er waren ook economische en politieke meningsverschillen over de maatregelen die nodig waren voor het herstel van de sector.

De voornaamste slachtoffers waren spinners en wevers. Hun lonen lagen ver beneden het bestaansminimum. Deze situatie veroorzaakte een enorme golf van armoede en honger. Veel mensen konden zich de stijgende huurprijzen niet meer veroorloven en werden uit hun huis gezet.

Pintura Joseph Geirnaert

Openbare verkoop na gerechtelijke inbeslagneming, 1835. Schilderij van Joseph Geirnaert.
Museum voor Schone Kunsten Gent 

Het tafereel van de openbare verkoop na gerechtelijke inbeslagneming, geschilderd door de Belgische kunstenaar Théodore-Joseph Geirnaert (1790-1859), vond in die tijd regelmatig plaats. Dit schilderij is echter geen exacte weergave van de werkelijkheid, want het romantiseert de moeilijke situatie waarin de bevolking verkeerde. Mensen trokken naar de steden op zoek naar werk. Velen hadden geen andere keuze dan in beluiken te gaan wonen. Een voorbeeld hiervan is 'De Pruttelinge' in het centrum van Brugge. De Pruttelinge werd gebouwd in 1837 en de foto werd gemaakt in 1902.

Beluik De Pruttelinge

Beluik 'De Pruttelinge' in Brugge. Foto van Alfons Watteyne.
Stadsarchief Brugge, FO/C00105

De Pruttelinge bestond uit 17 huizen rond een binnenplaats. In het midden zien we de waterput met links en rechts de bewoners, waaronder enkele kantklossers. Ervoor staan verschillende nachtpotten. Er was slechts één toilet met twee gaten voor meer dan 60 bewoners. In de jaren 1960 werden de huisjes afgebroken.

Een derde tot de helft van de bevolking van de provincies Oost- en West-Vlaanderen was in de jaren 1840 genoodzaakt te bedelen of hulp te vragen aan de overheid om te kunnen overleven.

Bovenop deze overgang van een rurale naar een industriële samenleving kreeg Europa tussen 1844 en 1845 te maken met een lange en strenge winter. Door de vorst mislukte een groot deel van de graanoogst. Ter compensatie van dit verlies breidden de boeren in Vlaanderen de aardappelteelt uit, maar in juli 1845 mislukte bijna de hele oogst door een ziekte. Het jaar 1846 was ook een ramp voor de landbouw. Granen werden getroffen door ziekten die de opbrengst halveerden. De prijs van 1 kg roggebrood steeg van 14 naar 50 cent. De mensen waren uitgehongerd, uitgeput en leefden in slechte hygiënische omstandigheden, wat de bevolking vatbaarder maakte voor epidemieën. Zo stierven veel mensen in de periode 1847-1848 aan tyfus en in 1848-1849 aan cholera. Mémoire sur le paupérismeUit een verslag over de chronische armoede in Vlaanderen 'Mémoire sur le paupérisme dans les Flandres' van Edouard Ducpétiaux blijkt dat 27% van de bevolking van de provincie West-Vlaanderen – vanwaar de meeste Belgen die naar Ilhota migreerden afkomstig waren – financiële steun van de overheid kreeg in 1846.

In het midden van de 19e eeuw was Vlaanderen een arme en overbevolkte streek met weinig toekomstperspectieven. De binnenlandse industrie was ingestort, de landbouw was niet rendabel en de steden zaten vol met mensen die tevergeefs werk zochten in de textielindustrie. De mensen die er wel in slaagden om werk te vinden, verdienden weinig, werkten 15 uur per dag in slechte omstandigheden en hadden geen vakantie. De kinderen moesten ook aan het werk om het gezinsinkomen te verhogen.

De voddenrapers

De voddenrapers, 1914. Schilderij van Eugène Laermans.
Museum Dhondt-Dhaenens te Deurle

Vanwege de armoede en werkloosheid probeerden steeds meer Belgen het land te verlaten om elders werk te zoeken. Vlaamse boeren trokken naar Wallonië om in de steenkoolmijnen of als metselaar te werken. Of ze migreerden naar het noorden van Frankrijk, waar van cichorei een soort drank en van bieten suiker werd gemaakt.

Tussen 1847 en 1856 had België een migratiedeficit (het aantal emigranten min het aantal immigranten) van meer dan 150.000 inwoners! In het jaar 1846 bestond de Belgische bevolking uit 4.337.196 inwoners.

Tussen 1850 en 1930 emigreerden ongeveer 150.000 Belgen naar de Verenigde Staten en tienduizenden naar Canada. Tussen 1847 en 1914 verhuisden 5000 Belgen naar Brazilië en 23.000 naar Argentinië.

Ze emigreerden hoofdzakelijk om economische redenen, om te ontsnappen aan het gebrek aan toekomstperspectief, maar ook vanwege de verplichte militaire dienst, om een nieuw leven te beginnen of om aan gerechtelijke procedures te ontsnappen. Jammer genoeg zijn velen van hen in de val gelopen van ronselaars die profijt haalden uit hun wanhoop.


Bronnen:

  • Vlamigrant: Over migratie van Vlamingen vroeger en nu. Antwerpen, 2013.
  • Mijn land in de kering 1830-1980. Deel 1: Een ouderwetse wereld 1830-1914 / Karel van Isacker. - Antwerpen : De Nederlandsche Boekhandel, 1978
  • Kolonisatiepogingen en de Belgische pers (1840-1856): analyse van de beïnvloedingskanalen / An Renard. – Gent : RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Nieuwste geschiedenis, 1980.
Nederlands

Lei de Incentivo à Cultura, apoio e patrocinadores

Logo Lei Cultura

Apoio
Logo Embaixada Logo Consulaat SP Logo Ilhota Logo Ilha Belga
Patrocínio Realização
DesleeClama Impextraco Parafix Secretaria especial da cultura

Agradecemos as empresas pelo patrocínio da exposição “A colônia belga e seus descendentes no Vale do Itajaí”, projeto aprovado pela Lei Rouanet.

O curador da exposição é Marc Storms, coordenador do "Patrimônio belga no Brasil". Ela foi elaborada com a Associação Ilha Belga e é apoiada pelo Embaixador da Bélgica, Sr. Patrick Herman, o Cônsul Geral da Bélgica para São Paulo e região Sul, Sr. Matthieu Branders, o Cônsul Sr. Thomas Maes e o Sr. Jeroen Servaes, Cônsul Honorário em Florianópolis (SC).

Os textos da exposição são de autoria de Marc Storms, a partir de pesquisas bibliográficas e iconográficas, que orientou a seleção das imagens e a concepção expográfica. Ana Starling da Bizu [estúdio e editora] desenvolveu o design gráfico da exposição. Sueli Ana dos Santos, presidente da Associação Ilha Belga, coordenou os vídeo-depoimentos que foram gravados e editados por Raul Neves e sua equipe da TV Gaspar. Daniel Hostins, vice-presidente da Associação Ilha Belga, coordenou as pesquisas em relação às árvores genealógicas. Alessandro de Oliveira Amadeu da CQS/FV Advodagos coordenou a assessoria e orientação em clearance jurídico. Rafael Aleixo cuidou da contabilidade.