U bent hier

Chaineux, Ernest (1886 - 1962)

Chaineux Ernest
Social Media: 

Ernest Chaineux

In de rouwhulde voor Ernest Chaineux sprak zijn confrater Willy Minnigh (1886-1975) als volgt over zijn vriend: De eenvoud en de bescheidenheid evenaarden zijn talent. Deze kwaliteiten, in combinatie met zijn aangeboren smaak voor een rustig leven met familie en enkele goede vrienden, ver van het mondaine leven waarvoor hij geen enkele aantrekkingskracht voelde, vormden misschien een belemmering voor een bekendheid waarop hij recht zou hebben gehad.

Moge de bescheidenheid van Ernest Chaineux me vergeven te proberen met deze korte biografische nota de fout van vorige generaties te corrigeren: hij verdient faam.
Ernest Henri Chaineux werd geboren in Sint-Joost-ten-Node op 22 juli 1886. Zijn vader is directeur bij de spoorwegen. Uit respect voor zijn vader, zal Ernest ruime tijd Chaineux fils tekenen. Hij beëindigt zijn architectuurstudies aan de Koninklijke Academie van Brussel in 1908. Tijdens zijn studies brengt hij het grootste deel van zijn namiddagen door met kantoorwerk bij andere architecten.

In 1909 wordt hij een medewerker van Franz Van Ophem, rechterarm van Ernest Acker (1852-1912), de hoofdarchitect van de Internationale Tentoonstelling van Brussel in 1910. Een twintigtal paviljoens zijn ontworpen door het kantoor van Van Ophem: het is Chaineux die het grootste deel tekent van de gevels van Brussel-Kermis, zoals het pretparkgedeelte in de stijl van het oude Brussel in die tentoonstelling genoemd wordt.

Chaineux vestigt zich in Schaarbeek in de Frédéric Pelletierstraat, en krijgt enige naam door zijn zilveren médaille bij de Schaarbeekse gevelwedstrijd van 1910-11 voor zijn gebouw in de Artanstraat 128.  Waarschijnlijk stelt deze prijs hem in staat zijn jeugdvriendin Emma Latinus te huwen, met wie hij zich tijdens zijn studies heeft verloofd. In 1912-13 behaalt hij een 4de prijs voor het gebouw aan de Joseph Coosemansstraat 99. Het is uit deze periode dat zijn realisatie in onze Opaalwijk dateert: het huis aan de Diamantlaan 135.

Dan komt de oorlog hem parten spelen in zijn beginnend succes. In 1920 verhuist Chaineux naar Brazilië waar hij in Santos, de grote voorstad en haven van São Paulo, aangeworven wordt door een aanzienlijke bouwfirma. Hij realiseert er het Beursgebouw van de Koffie (nu Koffiemuseum) en de plannen voor het ziekenhuis van de stad.

 

Terug in België vestigt hij zich in de Linthoutstraat en wordt vaak gevraagd voor samenwerkingen. Alexis Dumont (1877-1962) vraagt hem bijstand voor de plannen van de nieuwe gebouwen van de Universiteit van Brussel aan de Solbos. Samen nemen ze deel aan de wedstrijd voor het Gerechtshof van Hasselt: het ontwerp Dumont-Chaineux eindigt op de tweede plaats.

Bij de Société Centrale d’Architecture de Belgique, jarenlang de belangrijkste architectenvereniging van België, leidt Chaineux het Koloniaal Comité: hij besteedt gedurende decennia bijzondere aandacht aan de architectuur in Kongo.

Hij bouwt vele villa’s, vooral in Ukkel en rond Brussel, maar ook aan de kust. Zo creëert hij de verkaveling Maria Duyne Bungalow City in Bredene.

Na de Tweede Wereldoorlog richten de activiteiten van Chaineux zich meer op samenwerking. De architecten James Allard (1890-1974) en Raymond Moenaert (1882-1977) vragen hem mee te werken aan de studie voor een grote middelbare school (Lycée de Jeunes Filles) in Doornik. Moenaert vraagt ook zijn steun voor de plannen van het Rijksnormaalinstituut voor huishoud- en landbouwkunde in Ohain. Chaineux helpt ook Jules Ghobert (1881-1973) met de plannen voor een Paleis van de Dynastie.

Een paar maanden na de voltooiing van zijn laatste verwezenlijking in België, het gebouw Residence Mary, aan de Winston Churchilllaan in Ukkel, overlijdt Ernest Chaineux op 8 april 1962.

Pierre Dangles, januari 2012

Brone: http://www.opale-opaal.be/ernest-chaineux/

Fotohttp://www.opale-opaal.be/architectenportretten/

De INVENTARIS VAN HET BOUWKUNDIG ERFGOED van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vermeldt een aantal gebouwen van Chaineux.