U bent hier

La Société Anonyme de Construction et des ateliers de Willebroeck

Ateliers Willebroeck
Social Media: 

"Les ateliers de Willebroeck" werd in 1872 opgericht door Léopold Valentin. In 1875 vormde hij het bedrijf om in de Naamloze Vennootschap Construction et des Ateliers de Willebroeck waarvan hij directeur werd. De zetel van de NV was gevestigd in de Boulevard du Jardin Botanique 41 in Brussel.

In 1889 beschikte het bedrijf over een terrein van 4,90 ha waarvan het bebouwde deel met de mechanische ateliers, montage hall en werkplaatsen 11.000 m² besloeg.

De invoer van productieonderdelen geschiedde via de spoorlijn via Mechelen - Terneuzen, de uitvoer via de spoorlijn naar de haven van Antwerpen. Vanf 1878 bezat het bedrijf een montagehall aan de Schelde in Antwerpen nabij het Zuidstation. 

Het bedrijf had een eigen electriciteitscentrale waar 3 stoommachines 200 pk produceerden. De ateliers werden electrisch verlicht met o.a. 56 Jablochkoff-installaties en 13 gloeilampen. 

De totale productie van bruggen, metalen structuren, boten, water-, gas- en petroleumtanken steeg van 1.500 ton in 1877 tot 7.500 ton in 1882. De voorstellingsfolder gecreëerd in 1889 voor de Wereldtentoonstelling in Parijs vermeldt 52.000 ton metalen constructies die geëporteerd werden over de gehele wereld. 

Tot de bekendste werken van de Construction e Ateliers de Willebroeck behoren:

  • De baggerboten gebruikt voor de aanleg van het Panaman kanaal en de verbreding van het Suez kanaal
  • De brug Luis I over de rivier Douro in Porto (Portugal)

Ponte Luiz I Porto Ateliers Willebroeck

  • De metalenstructuren voor de Koninklijke Serres van Laken
  • De spoorweglijn in Valladolid in Spanje
  • Installaties in de haven van Antwerpen

Léopold Valentin nam Théophile Seyrig aan, ingenieur en oud-directeur van het bedrijf Eiffel, en benoemde hem tot directeur van het bedrijf in Paris. Seyrig tekende hier o.a. de plannen voor de Luis I brug in Porto

Bron: https://structurae.info/entreprises/societe-willebroeck

Foto: brug Porto, Marc Storms, mei 2017